![]() |
|
|
|
|
Reageer op dit artikel. Tweetaligheid in Brussel boert achteruit‘Taalrapport is kaas met gaten’Hilde Devriendt 26-03-2006
De voorbije weken liepen de spanningen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen in de Brusselse regering hoog op. Een van de hete hangijzers is het eerste jaarrapport van de vice-gouverneur over de tweetaligheid in de gewestelijke en plaatselijke besturen. Bij de vorming van de Brusselse regering werd verrassend snel een akkoord afgesloten over het communautaire hoofdstuk. Misschien zelfs wat te snel, zo blijkt. Vorig jaar reeds werden de nieuwe richtlijnen aan de lokale besturen door de Raad van State geschorst. Nu zorgt het (eerste) taalrapport van de vice-gouverneur voor verdeeldheid tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. InformatieverbodPolitieke afspraak of niet, het is enkel op aandringen van Brigitte Grouwels (CD&V) dat de Brusselse regering kon kennis nemen van het eerste taalrapport. Ook nu heeft nog niet iedereen het langs officiële weg in handen gekregen. Zo maakt Vlaams minister Bert Anciaux (Spirit) met raadgevende stem deel van de Brusselse ministerraad als het gaat over OCMW’s en openbare ziekenhuizen. Vanuit die functie zou hij over alle informatie moeten beschikken, maar het tegendeel is waar. Anciaux in het Vlaams Parlement: ‘Vandaag heb ik van de vice-gouverneur een antwoord gekregen op mijn brief. Daarin deelt hij me mee dat Brussels minister-president Charles Picqué (PS) hem heeft verboden om me dat taalrapport over te maken.’ Minder tweetaligHet eerste taalrapport schetst een beeld van de (niet) toepassing van de taalwet door gemeenten en OCMW’s in 2004. Een vergelijking met de cijfers van vijf jaar geleden (de jongst beschikbare) toont de evolutie in de vorige regeerperiode. brusselNL vzw, een vereniging die opkomt voor meer tweetaligheid en meer Nederlands in Brussel, maakte de oefening. Eerste besluit: ‘De tweetaligheid in Brussel gaat er (nog) op achteruit’. In 1999 was de toestand al zorgwekkend. In de gemeenten beschikten personeelsleden toen in slechts 68 procent van de gevallen over het vereiste getuigschrift ‘kennis van de tweede landstaal’. In de OCMW’s was dat zelfs maar 25 procent. Vijf jaar later vallen die percentages nog verder terug tot 40 procent voor de gemeenten en 12 voor de OCMW’s. Ook in absolute cijfers zijn er nu (nog) minder dossiers in orde met de taalwet. Er is nauwelijks een probleem met de vaste benoemingen, maar des te meer met het contractuele personeel. Dat wordt in maar liefst 91 procent van de gevallen aangesteld of bevorderd zonder het vereiste getuigschrift van taalkennis. Flamand de serviceNiet alleen kennen minder personeelsleden de tweede landstaal. Er zijn ook minder Nederlandstalige personeelsleden die aan de bak komen bij gemeenten en OCMW’s. In 1999 was nog ruim een kwart van de personeelsdossiers Nederlandstalig. Vijf jaar later is dat nog 14 procent. ‘De flamand de service wordt zeldzaam’, aldus brusselNL vzw. ‘Er is steeds minder Nederlandstalig personeel om het gebrek aan tweetaligheid op te vangen.’ De verfransing van de gemeenten en de OCMW’s loopt vooral via de (eentalige) contractuelen. Losse schroevenMinstens even belangrijk als de cijfers die wel in het rapport staan, zijn deze die er niet in staan. brusselNL vzw: ‘Het taalrapport is kaas met grote gaten’. Zo blijven de openbare ziekenhuizen en de lokale politie volledig buiten beeld. Alhoewel ook bij hen de taalwet vaak op losse schroeven staat, ontsnappen zij aan elk toezicht. Wat eveneens ontbreekt is een opsplitsing per gemeente en per hiërarchische trap. Dat is belangrijk omdat de taalwet voor elke gemeente apart een aantal verplichtingen oplegt. Zo moet minstens een kwart van alle betrekkingen naar de kleinste taalgroep gaan en moeten er vanaf het niveau van diensthoofd zelfs evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen zijn. Opgesplitste cijfers moeten op dit punt duidelijkheid brengen. In de Brusselse regering is beslist om alvast deze informatie op te vragen aan de vice-gouverneur. Wat echter het meest ontbreekt in het taalrapport is cijfermateriaal over het aantal onwettige beslissingen dat de Brusselse regering heeft vernietigd. brusselNL vzw: ‘De vice-gouverneur mag nog zo ijverig schorsen. Als de Brusselse regering vervolgens alles op zijn beloop laat, dan heeft dat weinig om het lijf’. Voor de gemeenten is minister-president Charles Picqué (PS) verantwoordelijk voor de vernietigingen. Voor de OCMW’s moeten Evelyne Huytebroeck (Ecolo) en Pascal Smet (sp.a) daarover in consensus beslissen. Misschien brengt het (uitgestelde) debat in het Brusselse Hoofdstedelijk Parlement meer duidelijkheid over dit belangrijk punt. Haaks op opdrachtTen slotte is het opmerkelijk dat de vice-gouverneur in de inleiding van zijn rapport de taalwet zelf openlijk ter discussie stelt: ‘Op langere termijn is een wetswijziging noodzakelijk om tegemoet te komen aan de realiteit op het terrein’. Kan niet, vindt brusselNL vzw: ‘Dat staat haaks op zijn opdracht: waken over de toepassing de taalwet.’ Extra informatieBijlage: Eerste taalrapport van de vice-gouverneur
Reacties op deze tekstReageer op dit artikel. Terug naar de artikelenlijst. |