Reageer op dit artikel.

Grote nood aan Nederlandstalige kinderdagverblijven

‘Vlaamse’ kinderopvang in Brussel: 40 procent Franstalig

Gerard Bouvier 26-03-2006

Werk en gezin, het is niet altijd een gemakkelijke combinatie. Vaak biedt (betaalde) kinderopvang de enige uitweg. Het grote probleem is dat er veel meer vraag is dan aanbod.

‘Positieve zwangerschapstest? Schrijf dan nu in voor een plaats in een kinderdagverblijf.’ Dat is een absolute aanrader voor ouders van morgen. Maar hoe groot is nu juist de nood aan bijkomende kinderopvang? En hoe ziet die behoefte eruit? Om daar antwoorden op te krijgen bestelde Brigitte Grouwels (CD&V), collegelid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), een studie.

Het resultaat is een ‘cartografie van de voorschoolse Vlaamse kinderopvang in Brussel’, waarin drie belangrijke vaststellingen staan.

Absurde toestand

Eerste vaststelling: er is een verschil tussen ‘Vlaamse’ en ‘Nederlandstalige’ kinderopvang. Ten minste veertig procent van de opvangvoorzieningen die werken onder het logo van Kind en Gezin zijn in de praktijk homogeen Franstalig. Samen staan ze in voor zo’n kwart van de beschikbare Vlaamse opvangplaatsen.

Een absurde (taal)toestand die voor flink wat verwarring zorgt bij ouders die zoeken naar een schaarse vrije opvangplaats. Op initiatief van Elke Roex (sp.a) wil het Vlaams Parlement dat opvangdiensten voortaan hun voertaal bekend maken aan ouders. Ook Grouwels denkt in die richting: ‘Het Nederlandstalige aanbod moet meer zichtbaar zijn in het straatbeeld, bijvoorbeeld met een N-logo zoals in het Nederlandstalige onderwijs’.

Overigens is het niet omdat kinderen in een Nederlandstalig kinderdagverblijf zitten dat ze thuis ook Nederlands (horen) spreken. Zo’n 30 procent van hen komt uit een homogeen Nederlandstalig gezin en 43 procent uit een tweetalig gezin. Samen: 73 procent. Behoorlijk veel als je vergelijkt met het Nederlandstalige kleuteronderwijs, al heeft dat ook te maken met het hogere aandeel kinderen van buiten Brussel: 27 procent.

Inhaalbeweging

Tweede vaststelling: er bestaat een schrijnend tekort aan kinderopvang in Brussel. Dat is niet echt verrassend nieuws. Dagelijks weigeren voorzieningen kinderen. De verdienste van de studie is dat het tekort nu ook met cijfers wordt onderbouwd.

Volgens het Europese streefcijfer moet tegen 2010 een kind op drie terechtkunnen in de kinderopvang. Voor Brussel betekent dat een aanbod van ten minste 13 914 Brusselse plaatsen. Volgens het Vlaams regeerakkoord moet dertig procent daarvan beschikbaar zijn in Nederlandstalige voorzieningen. Dat zijn 4174 plaatsen tegenover 3589 vandaag of een tekort van 585 plaatsen. Hoog tijd voor een ‘grote inhaalbeweging’.

Overbodige luxe

Derde vaststelling: plaatsen moeten er bij voorrang bijkomen in gesubsidieerde voorzieningen. Dat zijn kinderdagverblijven waar ouders betalen in verhouding tot hun gezinsinkomen. Op de private markt bedraagt de gemiddelde prijs € 440 per maand per kind. Niet alleen voor lage inkomens, maar ook voor modale tweeverdieners is dat onbetaalbaar. In Brussel verdienen gezinnen bovendien 7 procent minder dan het Vlaamse gemiddelde, zijn er een kwart meer eenoudergezinnen,... Gesubsidieerde opvang met aangepaste prijzen is dus geen overbodige luxe. Toch is die in Brussel relatief schaars.

Daar komt nog bij dat drie kwart van de private ‘Vlaamse’ kinderdagverblijven homogeen Franstalig is (hoger), terwijl de gesubsidieerde opvang steeds Nederlandstalig is.

Het verbaast dan ook niet dat 78 procent van de kinderen uit Nederlandstalige of tweetalige gezinnen gaan naar de gesubsidieerde voorzieningen.

Investeringsplan

De tweede vaststelling (er is een tekort aan 585 plaatsen) en de derde vaststelling (voorrang aan gesubsidieerde opvang) samen betekenen voor de overheid: zware uitgaven.

Op initiatief van Grouwels heeft de VGC een ambitieus investeringsplan klaargestoomd. In de periode 2006-2010 zal maar liefst € 9,3 miljoen gaan naar nieuwbouw en renovatie van kinderopvang. Dat kan enkele honderden bijkomende plaatsen opleveren, ten minste als Kind en Gezin ook de jaarlijkse werkings- en personeelskosten wil ophoesten.

Op korte termijn kan Brussel alvast rekenen op financiering voor 65 ‘instapklare plaatsen’. Dat is een eerste stap in de goede richting.

Extra informatie

Bijlage: Cartografie van de voorschoolse opvang (pdf-bestand - 511 Kb)

 

 

Reacties op deze tekst

Reageer op dit artikel.

Terug naar de artikelenlijst.