![]() |
|
|
|
|
Reageer op dit artikel. Mooie cijfers zeggen niet allesGoed rapport Nederlandstalig onderwijs in BrusselMichael Vandamme 02-05-2003 Het Nederlandstalig onderwijs in onze hoofdstad heeft zich de voorbije decennia een mooie reputatie opgebouwd. Niet ten onrechte uiteraard, want 21.000 leerlingen die moet je nu eenmaal verdienen, elk jaar opnieuw. Alleen blijkt die medaille nu ook een keerzijde te hebben. De kwaliteit van dat onderwijs heeft immers steeds meer te lijden onder de massale toevloed van Frans- en anderstalige leerlingen. Slachtoffer van het eigen succes, zo heet dat dan. Vooral het kleuteronderwijs staat symbool voor het mooie rapport dat ons hoofdstedelijk onderwijs nu al jarenlang kan voorleggen. Uit recente cijfers blijkt dat vandaag meer dan 10.000 kleuters school lopen in een Nederlandstalige basisschool van het Gewest. Twintig jaar geleden waren er dat slechts 4.347, goed dus voor een stijging van ruim 130%. Ook het lager onderwijs boekte de afgelopen twintig jaar een duidelijke – zij het meer bescheiden – winst (van 8.491 tot 12.041 leerlingen, een stijging van net geen 35%). Het secundair onderwijs daarentegen boerde de voorbije tien jaar flink achteruit en liet een daling optekenen van ruim 12%. De vooruitgang van een onderwijsstelsel dat dertig jaar geleden door velen ten dode werd opgeschreven is onmiskenbaar. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. ExplosieHet absolute leerlingenaantal is slechts één deel van het verhaal, de realiteit is beduidend complexer. Neem nu de herkomst van de leerlingen. Het aantal dat ook effectief in het Brusselse gewest woont, blijkt constant toe te nemen. Deze trend van ver-Brusseling kan overigens op de drie onderwijsniveaus worden vastgesteld, zij het iets minder uitgesproken in het kleuteronderwijs. Ook het aandeel van niet-Belgische kinderen in het totale leerlingenbestand is fors toegenomen. Deze trend zet zich dan weer heel sterk door in het kleuteronderwijs, waar hun aandeel bijna de helft bedraagt. Van het allergrootste pedagogische belang is de culturele achtergrond van de kinderen, en uitgerekend daar stelt zich een torenhoog probleem. Op alle niveaus wordt een duidelijke daling vastgesteld van de groep leerlingen die afkomstig is uit een homogeen Nederlandstalig milieu. In het kleuteronderwijs zijn de cijfers zelfs ronduit alarmerend: de groep leerlingen afkomstig uit een Nederlandstalig milieu maakt daar nog amper 12,9% van het totale leerlingenaantal uit, tegen zowat 62,9% twintig jaar geleden. De taalgemengde groep is verrassend stabiel gebleven. De groep met een zuiver niet-Nederlandstalige achtergrond kende een ware explosie. DiscriminatieDat deze situatie de leerkrachten voor grote praktische problemen stelt, hoeft geen betoog. De realiteit van de Nederlandstalige Brusselse scholen is niet populair bij het lerarenkorps. Enkele weken geleden werd nog maar eens aan de alarmbel getrokken: scholen krijgen het steeds moeilijker om geschikt en gemotiveerd personeel te vinden. Nochtans eist de taalproblematiek nu net een ver doorgedreven omkadering. De hele sector kampt dus met een draak van een vicieuze cirkel: om de werkomstandigheden aantrekkelijker te maken, moet er dringend meer personeel aangetrokken worden, maar nogal wat kandidaten laten zich door het schrijnende personeelsgebrek afschrikken. Het zou evenwel verkeerd zijn deze complexe situatie tot een loutere personeelskwestie te beperken. Een meer structurele aanpak dringt zich op, maar dat kan enkel als het debat zonder taboe wordt gevoerd. Schoorvoetend worden nu enkele oplossingen naar voren geschoven. Zo leeft bijvoorbeeld de denkpiste ouders ertoe te verplichten om hun kind ook buiten de schoolmuren zoveel mogelijk met het Nederlands in contact te brengen. Zoiets zou ongetwijfeld al een eerste stap in de goede richting betekenen, maar het blijft ontoereikend. Wat dan te denken van aparte klassen, afhankelijk van het niveau van de verschillende kinderen? Sommigen zullen hierin een vorm van discriminatie ontwaren, maar is dit niet het juiste pedagogische antwoord op de uiterst complexe realiteit? Het is overduidelijk dat met de huidige situatie niemand gediend is. Nederlandstalige kinderen blijven weg en anderstaligen lopen een chronische achterstand op. De groeidynamiek van het Nederlandstalig onderwijs vond en vindt haar oorsprong in de brede groep leerlingen die aangesproken wordt. Toekomstgericht met ons onderwijs omgaan, is een enorme uitdaging, maar enkele pleisters op een houten been volstaan niet om die handschoen ten volle op te nemen. Hoog tijd dus voor een fundamenteel debat rond een probleem dat helaas veel te laat ontdekt werd.
Reacties op deze tekstReageer op dit artikel. Terug naar de artikelenlijst. |